13:45, maandag 13 oktober 2014, Pointe Larue – Het blijft genieten in Seychellen
14 oktober 2014 - Seychelles International Airport, Seychellen
Het blijft genieten in Seychellen. Elke keer zie ik weer verassende dingen en het verveeld nooit. Gisteren vroeg opgestaan en proberen een bus te nemen naar Victoria, want de bussen rijden niet erg efficiënt op zondag. Ik ging op zoek naar een kerk. Ik ken twee mensen die beide in een andere kerk spreken. Maar die waren niet makkelijk bereikbaar, dus besloot ik naar de protestante kerk in Victoria te gaan. Het was echt een mooie dienst en ik herkende ongeveer de helft van de liederen. Ze maakte echt een feest van de aanbidding. Erg mooi om meegemaakt te hebben. Daarna belde Armand of ik met zijn vrienden naar Anse Royale mee wilde. Ik zou eigenlijk de dag ervoor gaan met Petrina en haar kinderen en Danielle, maar dat ging niet door, dus ging ik met hun naar dit strand. We reden met de auto zo dicht mogelijk naar het strand en spendeerde daar de middag tot vijf uur, daarna nodigde ze me uit om mee te eten.
Vorig weekend was ook een leuk weekend. Ik wilde de Copolia trail lopen; een route dat een kwartier bergopwaarts lopen vanaf mijn appartement begint. Eenmaal aangekomen bij de route stond een soldaat te wachten, hij is de militaire gids die elke dag hier staat samen met een toeristenagent. Hij vroeg of ik de Copolia trail ging lopen en zei: ‘Okay, let’s go!’. Ik vroeg of ik daarvoor moest betalen, maar hij wordt betaald door Seychellen, dus was niet nodig. Het is blijkbaar te gevaarlijk om alleen te gaan, vanwege het moeilijke pad en overvallers. Hij liep voor mij uit in een flink tempo en zelfs hij begon op een gegeven moment stil te staan om even adem te happen. Het was niet zomaar een wandelroute, want het pad bestond uit wortels, rotsen en een kronkelend paadje de Copolia-berg op, dwars door de bossen. Was een leuk klimavontuur, en het einde was nog mooier. Uiteindelijk stonden we bovenop de Copolia met een prachtig uitzicht; je kon alles zien liggen: Victoria, Eden Island, etc. Helaas moesten we ook weer hetzelfde pad weer af.
Daarna liep ik de weg verder richting het westen en kwam bij Mission Lodge terecht. Vroeger was dit Venn’s town, met een kostschool en een boerderij voor kinderen van Afrikaanse slaven die bevrijd waren. Het was geopend in 1876, nu zijn er alleen ruïnes over. Aan het einde is een uitkijkpunt, met een prachtig uitzicht op de bergen en de kustlijn. Hierna ben ik verder doorgelopen richting de theefabriek bij de theeplantages. Het was een eind lopen en het bergop en af lopen was pittig, maar de uitzichten en de natuur was echt heel mooi. De fabriek was helaas gesloten, dus kon geen rondleiding krijgen, maar konden wel op het terrein rondlopen met wat toeristen. En het uitzicht van het fabrieksterrein op de westkust was adembenemend. Toen moest ik weer terug en was blij dat ik uiteindelijk de bergschoenen weer uit kon doen.
Afgelopen week heb ik veel op kantoor aan mijn rapporten gewerkt. Het gaat de goede kant op, maar ik moet nog veel doen, dus zal nog wel wat dagen hier moeten zitten. Dinsdag had ik een afspraak met de directeur van de land- en tuinbouw trainingscentrum (AHTC) en ging met de bus naar Anse a la Mouche. Gelukkig vertelde de chauffeur waar ik eruit moest springen en ik kwam alleen maar een halfuurtje te laat. Ik had op tijd kunnen komen, maar aangezien ik drie kwartier op de bus moest wachten was ik aan de late kant. De directeur schakelde het ministerie in (die hadden de afspraak geregeld), dat meteen iedereen ging bellen, waaronder de SeyFA. In de bus zat dus continu mijn telefoon af te gaan omdat verschillende mensen me probeerde te bereiken. Uiteindelijk had ik iedereen terug ge-sms’t en kon op zoek naar de directeur. De school was gelegen in een groot gebied op de helling van een berg in Anse a la Mouche. Scholieren waren bezig op de boerderij met planten, composteren, onderhoud, hagen knippen, drogen van fruit, en meer dingen. Ik heb een tijd met hem gepraat en hij leidde mij trots rond op zijn school, de leraren en de scholieren. Daarna ging ik weer naar het kantoor in Pointe Larue.
Morgen heb ik één van de laatste afspraken die ik zal hebben. Morgen met de directeur van de STC (een handelsbedrijf dat allerlei producten levert, zowel lokale als geïmporteerde). Ze schijnt nogal kortaf te zijn, dus ik ben benieuwd hoe het gesprek morgen gaat. Hopelijk kan ik weer een beetje verder komen met mijn project. Ik zal kort beschrijven waar mijn rapport ongeveer over gaat.
Het probleem is dat een zogenaamd handelsliberalisatie-overeenkomst is ondertekend door de regering dat zorgde voor een vrije markteconomie. Handelsbarrières en importquota’s zijn niet meer daar en goedkope en geïmporteerde producten konden de markt grotendeels overnemen. Dit maakte handel voor kleinschalige boeren moeilijk en competitie met de goedkope importproducten is bijna onmogelijk. Samen met nieuwe moeilijkheden, zoals onbekende insecten en plantenziektes, versterkt door klimaatsverandering, dat zichtbaar is in periodes van waterschaarste en van wateroverlast, maken het landbouwmilieu onstabiel. Het belangrijkste wat nu moet gebeuren is actie: professioneel marktonderzoek, een meer zakengerichte manier van boeren (produceer waar vraag naar is) met een stabiele productie van kwalitatieve producten. Het is niet alleen een economisch, maar ook een sociaal probleem. Ook relaties tussen verschillende belanghebbenden binnen het landbouwnetwerk is nodig. Door samen te werken kan de landbouwsector weer versterkt worden. Zoals een oude Afrikaanse wijsheid zegt: ‘If you want to go fast, go alone; if you want to go far, go together’. Het land zou zelfvoorzienend kunnen zijn, maar de productiekosten en daarbij de prijzen van de producten zijn duurder dan importproducten. Als er een biologische certificering ontwikkeld zou worden met een bio-label en de natuurlijke en gezonde producten promoot, zou de landbouwproducten uniek en interessanter kunnen maken. Dit zou het ‘terugvechten’ tegen de internationale druk misschien makkelijker maken. Er zijn dus problemen in Seychellen, maar ook mogelijkheden voor oplossingen.


Je Copolia trail wandeling deed me een beetje denken aan de wandeling in Zwitserland naar een bergmeer, maar wij hadden geen militair als gids nodig. Het was minder gevaarlijk.